Praktijkverhalen

Handvatten voor dementie

Het echtpaar Van der K. is ruim 50 jaar met elkaar getrouwd. Onlangs zijn zij verhuisd naar een kleinere woning, omdat de gezondheid van mevrouw Van der K. achteruit is gegaan. Ze heeft onlangs gehoord van de geriater, de arts in het ziekenhuis, dat ze Alzheimer heeft. Het echtpaar heeft het hier erg moeilijk mee; mevrouw Van der K. omdat ze meer afhankelijk is geworden van haar man en altijd zeer zelfstandig is geweest en de heer Van der K. omdat zijn vrouw niet meer dezelfde is als vroeger. Mevrouw Van der K. vergeet veel, vertelt verhalen dubbel en weet vanzelfsprekende handelingen niet meer goed uit te voeren, zoals koffiezetten, koken en poetsen in huis. De heer Van der K. voelt veel frustratie wanneer hij telkens moet vertellen waar iets ligt en corrigeert zijn echtgenote dat ze het niet goed doet. Mevrouw Van der K. snapt haar echtgenoot niet en vindt dat het allemaal nog best goed gaat. Dit zorgt voor spanning tussen het echtpaar.

De ergotherapeut is samen met het echtpaar Van der K. gestart met het EDOMAH programma, Ergotherapie bij Ouderen met Dementie en hun Mantelzorgers Aan Huis. 

Van de ergotherapeut heeft de heer Van der K. geleerd hoe hij met de Alzheimer van zijn echtgenote en de veranderende rolverdeling in huis kan omgaan. Hij heeft geleerd waarom zijn echtgenote bepaalde dingen vergeet en verkeerd doet en hoe hij haar daarbij kan ondersteunen. Zo probeert de heer zijn echtgenote niet steeds te corrigeren, maar ondersteunt hij haar tijdens het zetten van de koffie, zodat het niet fout gaat. Er is een gemakkelijke waterkoker en telefoon gekomen, zodat zijn echtgenote deze wel kan bedienen en de hulp van haar man hierin niet nodig heeft. De heer gaat sinds kort ook naar een lotgenotengroep, waar hij met partners en mantelzorgers kan praten die hetzelfde doormaken als hij.

De heer van der K. voelt zich door de handvatten die hij heeft gekregen gesterkt en gehoord. Hij voelt zich niet meer overbelast en kan de situatie thuis aan. Mevrouw van der K. voelt zich ook prettiger,  doordat de spanning in huis weg is.

Multiple Sclerose

De heer W. is een man die midden in het leven staat. Hij woont samen met zijn echtgenote en drie kleine kinderen in een eengezinswoning. Sinds enige tijd is de heer niet meer in staat te werken door zijn Multiple Sclerose. De heer merkt problemen in het bewegen met lopen, hij kan zich minder goed concentreren tijdens het uitvoeren van activiteiten en heeft erg veel last van vermoeidheid. Hij merkt dat hij over zijn eigen grenzen heen gaat, maar hij vindt het lastig om prioriteiten te stellen in wat hij doet op een dag. Hij wil alles blijven doen zoals hij dat gewend was.

Samen met de ergotherapeut heeft de heer de Activiteitenweger toegepast. Inzichtelijk is geworden wat hij doet op een dag en hoeveel energie alle activiteiten kosten. Daarna is bepaald hoeveel energie de heer kan verbruiken op een dag, hoe hij energie kan sparen en hoe voorkomen kan worden dat hij over de grens van vermoeidheid heengaat. De heer heeft bepaald waar zijn prioriteiten liggen en dat hij keuzes moet maken in wat hij op een dag gaat doen.

De heer W. gaat nu rusten voordat hij oververmoeid is en samen met de ergotherapeut heeft hij bepaald op welke manieren hij dit het beste kan doen. De heer rust goed uit wanneer hij in een rustige omgeving is, waarin hij zich kan afsluiten. Het luisteren naar muziek werkt voor de heer en één keer per dag gaat hij even op bed liggen.

De heer W. heeft tevens geleerd op welke manieren hij activiteiten kan uitvoeren, zodat het minder energie kost. Zo heeft de heer veel baat bij het gebruik van een werktrippelstoel, waardoor hij keukenactiviteiten zittend kan uitvoeren en zich in de keuken verplaatst met deze stoel. Ook heeft de heer geleerd om zijn activiteiten op een dag anders in te delen door ze te verspreiden over de dag.

Dementie

Met haar kat op schoot voor de kachel in haar eigen vertrouwde fauteuil, dat is hoe mevrouw M. haar dagen het liefste doorbrengt. Door haar dementie vergeet ze veel dingen. Haar omgeving maakt zich zorgen; mevrouw M. verwarmt haar maaltijden op haar gasfornuis, maar er brandt regelmatig iets aan en de fluitketel kookt regelmatig droog. 
De ergotherapeut komt thuis om te kijken wat er niet goed gaat bij de dagelijkse activiteiten, maar ook om te kijken wat juist wel goed gaat.

Mevrouw M. heeft onlangs een waterkoker gekregen en zij weet prima te vertellen hoe deze werkt. Ze vindt het echter niet prettig om deze te gebruiken, omdat ze dat immers nooit gedaan heeft. Rekening houdend met haar vertrouwde gewoonten en het feit dat ze nog wel nieuwe dingen kan leren, wordt er op advies van de ergotherapeut een tijdschakelaar op het gasfornuis geplaatst zodat na 10 minuten het gas automatisch uit springt.
Dankzij deze oplossing wordt er gevaar weggenomen en kan mevrouw M. haar gasfornuis op een veiligere manier gebruiken.

Parkinson

De heer J. lijdt sinds 6 jaar aan de ziekte van Parkinson, hij woont samen met zijn echtgenote. Voor de heer J. is het moeilijk om onder ogen te zien dat sommige activiteiten niet meer zo goed gaan. Zijn handelingen en bewegingen worden trager en hij heeft moeite om  bewegingen te starten.
De heer J. blijft zijn uiterste best doen zoveel mogelijk zelf te doen. Dit kost hem echter veel energie, waardoor hij weinig puf over heeft voor leuke dingen. Bovendien valt hij weleens. 
De ergotherapeut maakt kennis met de heer J. en zijn echtgenote en brengt samen met hen in kaart welke dingen goed gaan en welke dingen minder goed lukken. Samen besluiten ze om in eerste instantie aan 3 doelen te werken: sokken aantrekken, zelfstandig douchen en opstaan uit de stoel.

De heer J. leert om zijn sokken voortaan zittend aan te doen op de stoel naast zijn bed, zodat hij zijn voet op bed kan zetten. Hierdoor creëert hij meer stabiliteit en kan hij zich beter concentreren op het aandoen van zijn sokken.
Voor het starten van de bewegingen (bij bijvoorbeeld opstaan, gaan lopen of ergens naar reiken) leert de heer J. van de ergotherapeut om een zogenaamde que te gebruiken. De heer J. bedenkt eerst de stap die hij wil gaan uitvoeren en telt dan tot 2 om de handeling te starten.
Tot slot probeert de heer J. een douchestoel uit om het douchen veiliger te maken.